Van slaapdagboek naar een bruikbaar patroon

Een dagboek is pas echt behulpzaam als je niet bij losse cijfers blijft hangen. Waar kijk je naar wanneer er een week staat ingevuld?

Vergelijk dagen die op elkaar lijken

Een nacht na een late dienst is niet hetzelfde als een rustige vrije dag. Leg vergelijkbare dagen naast elkaar en kijk naar dutjes, cafeïne, bedtijd en spanning. Zoek herhaling, geen schuldige voor elke slechte nacht. Bespreek twijfel liever dan steeds meer details te gaan meten.

Houd je slaapdagboek eenvoudig

Een grove schatting in de ochtend is genoeg om patronen te vinden. Noteer wanneer je naar bed ging, ongeveer hoe lang je wakker lag, wanneer je opstond en hoe je je overdag voelde. Schrijf opvallende zaken op, zoals een dutje, laat werken of koffie in de avond. Het dagboek moet overzicht geven. Steeds op de klok kijken om nauwkeuriger te meten werkt dat juist tegen.

Vul je aantekeningen bij voorkeur op een vast moment in de ochtend in. Kijk naar meerdere dagen en let ook op energie en functioneren overdag. Neem je overzicht mee als je je slaap met een zorgverlener bespreekt.