De eerste week: je slaap leren kennen

Voor je iets verandert, wil je weten hoe je nachten en dagen er nu uitzien. Een slaapdagboek kan daarbij het vertrekpunt zijn.

Observeren is ook een stap vooruit

Je hoeft in de eerste dagen nog niet ieder patroon te verklaren. Schat de tijden, noteer opvallende omstandigheden en kijk hoe je je overdag voelt. Neem ook weekenden mee. Zo ontstaat een beeld dat bruikbaarder is dan je herinnering aan alleen de slechtste nacht. Bespreek het overzicht voordat je ingrijpende aanpassingen aan je slaapduur maakt.

Houd je slaapdagboek eenvoudig

Een grove schatting in de ochtend is genoeg om patronen te vinden. Noteer wanneer je naar bed ging, ongeveer hoe lang je wakker lag, wanneer je opstond en hoe je je overdag voelde. Schrijf opvallende zaken op, zoals een dutje, laat werken of koffie in de avond. Het dagboek moet overzicht geven. Steeds op de klok kijken om nauwkeuriger te meten werkt dat juist tegen.

Vul je aantekeningen bij voorkeur op een vast moment in de ochtend in. Kijk naar meerdere dagen en let ook op energie en functioneren overdag. Neem je overzicht mee als je je slaap met een zorgverlener bespreekt.