Vooruitgang zie je niet alleen aan het aantal uren slaap. Soms verandert eerst hoe je met een lastige nacht omgaat.
Kijk ook buiten de slaapkamer
Ben je minder met slaap bezig? Durf je je dag weer wat normaler te plannen? Lig je minder gefrustreerd wakker? Zulke veranderingen kunnen relevant zijn, ook als je nachten nog wisselen. Bespreek ze naast je dagboek met je begeleider. Eén onrustige nacht hoeft het grotere patroon niet uit te wissen.
Houd je slaapdagboek eenvoudig
Een grove schatting in de ochtend is genoeg om patronen te vinden. Noteer wanneer je naar bed ging, ongeveer hoe lang je wakker lag, wanneer je opstond en hoe je je overdag voelde. Schrijf opvallende zaken op, zoals een dutje, laat werken of koffie in de avond. Het dagboek moet overzicht geven. Steeds op de klok kijken om nauwkeuriger te meten werkt dat juist tegen.
Vul je aantekeningen bij voorkeur op een vast moment in de ochtend in. Kijk naar meerdere dagen en let ook op energie en functioneren overdag. Neem je overzicht mee als je je slaap met een zorgverlener bespreekt.